Marinus van der Lubbe stak op 27 februari 1933 de Rijksdag in Berlijn in brand. De nazi’s beschuldigden de communisten van een aanslag. Van der Lubbe stond terecht samen met een aantal anderen, onder wie de Bulgaarse communistenleider Dimitrov. Zijn medeverdachten werden vrijgesproken, maar Van der Lubbe werd veroordeeld tot de guillotine. Op 10 januari 1934 viel de bijl, op de binnenplaats van de gevangenis in Leipzig.

De paar regels die documentairemaker Joost Seelen – bekend van de krakersfilm De stad was van ons – op de middelbare school leerde over Marinus van der Lubbe lieten bij hem weinig sporen achter. De interesse voor de figuur Van der Lubbe werd pas echt gewekt door het boek dat journalist Martin Schouten halverwege de jaren tachtig over hem schreef, Rinus van der Lubbe 1909-1934. ‘Vooral de dagboekfragmenten die daarin gepubliceerd zijn fascineerden me. Die waren eigenlijk alleen ooit in een kleine oplage voor een dubbeltje door Van der Lubbe onder arbeiders verkocht. Het meest trof mij dat Van der Lubbe schreef: ik wil naar Rusland om met eigen ogen te zien wat het communisme daar betekent voor de bevolking. Daaruit bleek voor mij dat hij geen blind geloof had in de ideologie, dat hij zich niet volledig liet meeslepen door de beweging. In de jaren dertig, nota bene het decennium van de massabewegingen, was Marinus van der Lubbe een uitgesproken individualist’.

Bij het archief van het NOB ging Seelen na of er ooit een film over Marinus van der Lubbe was gemaakt. Er bleek alleen een 25 minuten durende film te zijn van Ruud de Heus uit 1967, Waarde kameraad, waarin Van der Lubbe aan de hand van zijn dagboek wordt nagespeeld door Jules Hamel. Verder was er niets. Seelen: ‘Dat is toch gek. In Oost-Europa is wel een aantal films gemaakt, maar die zitten vol leugens en verdraaiingen. Zo wordt hij in een van die films afgeschilderd als een homoseksueel die vrijt met een vooraanstaande SA’ er. De maker van die film portretteerde hem als een halve zwakzinnige. Er is indertijd ook een film gemaakt over Komintern-leider Dimitrov, die net als Van der Lubbe werd verdacht van de brandstichting. Over de hele wereld is er gedemonstreerd tegen zijn arrestatie’.

Op basis van het boek van Schouten schreef Seelen een synopsis. Vervolgens sloeg hij met twee medewerkers ‘maniakaal’ aan het researchen. Al snel was duidelijk dat niemand het met elkaar een is, en dus moest dàt een belangrijk element van de film worden. ‘Het is nooit mijn bedoeling geweest een film te maken waarin de ware toedracht voor eens en voor altijd uit de doeken zou worden gedaan. Mijn film vertelt de levensgeschiedenis van de man en laat zien hoezeer iedereen in deze geschiedenis gemanipuleerd heeft en de werkelijkheid verdraaid’. wekenlang zocht Seelen met zijn medewerkers in telefoonboeken. Ze belden alle Jansens in Den Haag op om uit te vinden of meneer Jansen die Van der Lubbe had gekend nog leefde. ‘Gewèldig is het dan als iemand op een gegeven moment aan de andere kant van de lijn zegt: ja ja, wacht, u moet mijn oom hebben…’In een aantal regionale kranten riep Seelen in een interview mensen op om zich bij hem te melden. ‘Dat leverde best veel op. Die mensen die dat kinderliedje over Van der Lubbe zingen belden me op en begonnen het spontaan te zingen. Fantastisch’. Sommige mensen wilden pertinent geen medewerking verlenen, onder wie de zoon van de leider van de communistische partij waarin Van der Lubbe was verbonden. Ook lukte het Seelen niet om de mensen te vinden die aanwezig waren bij de onthoofding. Er moeten aardig wat mensen zijn geweest, vooral autoriteiten. ‘Die zijn nu dood. Maar er waren ook wachters aanwezig, die veel jonger moeten zijn geweest. Ik dacht: wie weet is er nog één in leven. Maar nadat het Volksgericht was opgericht werden alle rechters die verbonden waren aan het Reichsgerecht in Leipzig in een kamp in Rusland gestopt. Vermoedelijk heeft geen van hen het overleefd’. Dan was er nog de speurtocht naar Joachim Meyer-Collings, de tolk. Seelen: ‘Niets heb ik van hem kunnen vinden. Ik weet nog steeds niet of hij leeft. Ik denk dat hij joods was en de oorlog niet heeft overleefd, maar ik kon die aanname nergens bevestigd krijgen. Hij ws ongeveer even oud als Van der Lubbe’.

Aan de andere kant waren er de goudmijntjes, vooral in de persoon van Van der Lubbes vriend Piet van Albada. Toen Seelen hem sprak was hij 94 jaar oud. Hij is inmiddels overleden. Ook de dochter van Van Albada’s hospita Ans van Zijp, bij wie Van der Lubbe als huisvriend over de vloer kwam, en Van der Lubbes in Duitsland woonachtige nicht, mevrouw Derix, waren belangrijk. ‘Mevrouw Derix zei me dat ze zich al die jaren had afgevraagd of iemand uit Nederland haar ooit zou opsporen om naar Rinus te vragen’.

In de film worden de ‘getuigen’ niet met naam en toenaam genoemd. Seelen: ‘Ten eerste wordt de kijker vanzelf wel duidelijk welke verhouding ze tot Van der Lubbe hadden. En daarbij zou het te feitelijk worden, als ik hun positie ging toelichten. Ik wil tegen de kijker zeggen: wees je ervan bewust dat het soms gaat om ware, en soms om onware herinneringen. Als ik naamtitels in beeld zou weergeven zouden de personen een autoriteit krijgen die niet past bij de sfeer van de film’.

Water en vuur bestaat uit archiefmateriaal, oude speelfilmfragmenten, interviews met bekenden, familie en twee historici. Acteur Fedja van Het leest voor uit Van der Lubbes brieven. Na een lange speurtocht door Duitse en Russische archieven wist Seelen de hand te leggen op de originele geluidsopnamen van het proces. Het einde van de DDR in ’90 vergemakkelijkte dat aanzienlijk; in eerder gesloten archieven trof Seelen onbekende brieven van Van der Lubbe aan, alsook een grote hoeveelheid politie-foto’s van alle plekken waar brand was gesticht. In het Dimitrov-museum, het voormalige Rijksgerecht in Leipzig, ontkende men aanvankelijk dat ze de geluidsopnamen in bezit hadden. Later mocht Seelen er toch gebruik van maken. ‘Als vorm van nazi-propaganda werd het hele proces indertijd aanvankelijk op de radio uitgezonden. Op de pleinen in de stad schalde het uit de speakers. Dat heeft een paar dagen geduurd, tot men in de gaten kreeg dat het niet het propagandamateriaal opleverde dat ze gehoopt hadden, zeker niet toen Dimitrov tijdens het proces de communistische leer ging verkondigen. Zijn betoog, waarin hij Göring en Goebels afbekt, is je reinste propaganda voor het communisme. Dus werd de uitzending gestaakt’. In de procesopnamen spreekt Van der Lubbe de complottheorieën tegen: ‘Dan kan men wel om de Rijksdagbrand een groot proces ontwikkelen, so als jetzt, een groot proces, maar ik zie daar geen heil in. Ik ben het er niet mee eens! Dat is een daad van tien minuten geweest, dat ís alleen gemaakt. Dat heb niets te beduiden, alleen, maar datgene wat daarna gekomen is, dat heb alles te beduiden. Dat kan ene persoon niet omvatten’.

Zijn eigen theorie over de zaak wilde Seelen niet naar voren brengen. ‘De kijker kan de vele tegenstellingen zien in deze zaak en vervolgens zelf zijn oordeel vellen. Film is een leugen die je kan helpen de werkelijkheid te vinden. Ik was juist geïnteresseerd in al die verschillende verhalen die over Van der Lubbe de ronde doen en ik vroeg mij af hoe ze individualist in elkaar zat’. Goed, wie het weten wil: Seelen gelooft niet dat Van der Lubbe de brandstichting van tevoren heeft gepland, maar dat hij handelde in een impuls. ‘Als hij iets in z’n hoofd had, voerde hij het meteen uit. Een vriend van hem zei: hij kon van het ene op het andere moment op reis gaan. Dat kwam op als poepen’. De documentairemaker wilde niet ‘in dezelfde val trappen als velen voor mij, door stellige uitspraken te doen. Maar zijn conclusie zal helder zijn als je de film bekijkt: Van der Lubbe was zeker bij de brandstichting betrokken – qua persoonlijkheid en karakter was hij er beslist toe in staat – maar het valt niet uit te sluiten dat hij is misbruikt’.

Nederland heeft zich nooit echt ingezet voor Van der Lubbe. Onder politieke druk had de doodstraf die hem wachtte wellicht omgezet kunnen worden in een levenslange tuchthuisstraf. Seelen: ‘Nederland vond het toch een beetje een smet op het blazoen. Men wilde de vriendschappelijke relatie met Duitsland niet verstoren. De Nederlandse regering heeft ook niets in het werk gesteld om het lijk naar Nederland over te brengen. Dat zou maar tot onrust en onvrede leiden, zo dacht men. De VARA nam vijf minuten stilte in acht op de dag van de executie. De regering reageerde woedend en trok direct zendtijd van de omroep in. Ik denk dat een gewone jongen niets mag betekenen in de geschiedenis. Als Van der Lubbe lid was geweest van een vooraanstaande partij was hij misschien wèl op de juiste manier geëerd. Maar hij was maar lid van een kleine splintergroepering, het PAS, het plaatselijk arbeidssyndicaat. Toen in Leiden een straat naar hem vernoemd zou worden – het Van der Lubbe-hof – heeft de naamcommissie daar nog veel gedoe mee gehad. Maar goed, het is maar de vraag of hij er zelf nou echt blij mee zou zijn geweest’. In Duitsland zij tussen 1955 en 1980 processen gevoerd om Van der Lubbe te rehabiliteren. Namens de familie hield ene meneer Stomps zich daarmee bezig, en Robert Kempner, die nog bij de Neurenbergse processen betrokken is geweest. Postuum werd Van der Lubbes doodstraf alsnog omgezet in acht jaar tuchthuisstraf. Overigens werd de doodstraf indertijd speciaal voor Van der Lubbe ingevoerd, tegen de regels van het recht in. Seelen ziet zijn film niet in de eerste plaats als bijdrage aan de rehabilitatie van zijn onderwerp. ‘Wat ik wèl wilde was een ander beeld schetsen dan dat van de imbeciele jongen met z’n hoofd omlaag. Het trieste aan Van der Lubbe is dat hem zijn persoonlijke geschiedenis is afgenomen. Zijn individuele identiteit is verloren gegaan in al die verschillende versies van de brandstichting’.

Op het Südfriedhof in Leipzig kreeg Van der Lubbe een anoniem graf op tweemaal de gebruikelijke diepte. Het gekke is dat er in het midden van die enorme rustplaats een crematorium staat. Seelen: ‘Je vraagt je toch af: als ze daar zo’n crematorium hadden, waarom werd zijn lijk dan niet gewoon verbrand? Dan waren de nazi’s in één keer van het gelazer af geweest en had er nooit meer sectie kunnen worden gepleegd’. Het Leidse uitvaartbedrijf ad Sanctus en eenvoud wil als ‘gebaar en geschenk aan de inwoners van Leiden’ de botten van Van der Lubbe uit Leipzig laten overbrengen. Eerdere pogingen van de stad om Van der Lubbes resten terug te halen faalden omdat ze in een graf liggen waarin talloze skeletten en urnen liggen opgestapeld. Bedrijfsleider Erik de Jong meent dat Ad Sanctus over veel betere kaarten beschikt dan de gemeente en beroept zich op ‘goede contacten’ met ondernemingen in Duitsland. ‘Die relaties gaan we allemaal aanspreken. Het ‘nee’ van een Duitse ambtenaar is niet heilig’. Intussen heeft het Nederlandse kunstenaarsduo Ron Sluik en René Kurpershoek, dat al jaren werk maakt geïnspireerd op Marinus van der Lubbe, een ontwerp gemaakt voor een monument, dat uit drie gedenkstenen op drie locaties – Leipzig, Leiden en Berlijn – moet bestaan. De film van Joost Seelen, voluit Water en vuur – de roerige geschiedenis rond Marinus van der Lubbe 1909-1934, wordt in mei op televisie uitgezonden ter gelegenheid van het in gebruik nemen van de gerestaureerde Rijksdag door de Duitse Bondsdag.

De Plantage, november 1998