Gavin Friday: ‘Ik woon even ten noorden van Dublin, ongeveer zes kilometer van de buurt waarin ik ben opgegroeid. Ik zou daar niet meer kunnen wonen, Jezus nee! Ik haat die straten, en al die zuurpruimen van vrouwen.Ik kom uit een Ierse katholieke working-class familie. Ik ben de oudste van vier zoons. Mijn vader was huisschilder en behanger. Hij hield van sport, absoluut niet van muziek of andere artistieke zaken. Een tegenpool van mij, in die zin. Ik heb altijd problemen met hem gehad, we vechten al mijn hele leven. Nu hij oud is wil hij per se op goede voet met me staan, maar ik geloof dat ik vaak nogal wreed reageer op die toenadering. Mijn ouders vinden het interessant wat ik doe, zijn trots op me, maar alleen om materialistische redenen. Ze begrijpen me totaal niet. Mijn moeder is erg conventioneel, maar een gewiekste vrouw. Haar energie en liefde zijn fascinerend. Een van de nummers waar ik op dit moment aan werk is getiteld Mother. Het gaat over mijn moeder, maar ook over Ierland, dat ook mijn moeder is, en over de wereld – letterlijk, de planeet -, die ook mijn moeder is… En over motherfuckers, die overal te vinden zijn.

‘Ik had een hekel aan mijn tienerjaren. Als je erg klein bent begrijp je er niet zoveel van, maar zo vanaf je elfde begint het. Ik zat op een religieuze school die ik haatte en ik hield niet van voetbal terwijl iedereen me voorhield dat dat het voornaamste was waarmee je je bezig kon houden. De school op zich was onderhoudend, vooral de literatuurlessen; op Ierse scholen krijg je Oscar Wilde te lezen. Maar ik wilde van jongs af aan niets anders dan schilderen en een pick-up aanschaffen. ‘Als je een pick-up wilt, koop er dan een’, kreeg ik te horen. Dat heb ik gedaan. Ik nam een baantje als krantenjongen en na een klein jaar sparen kon ik zo’n ouderwetse aanschaffen, die er uitzag als een soort boodschappentas. Ik kon m’n baantje weer opzeggen. Ik haatte het om te moeten werken en dat doe ik nog steeds. Ik zag muziek niet als een vlucht uit mijn omgeving omdat ik die mogelijkheid niet als zodanig herkende. Ik was altijd gewoon onder de indruk van muziek en van artiesten. Punk maakte me dat ik muziek kon gaan maken, niets anders. Die hele filosofie. De eerste keer dat ik met punk in aanraking kwam was in 1976. De meeste interessante bands kwamen niet naar Ierland, dus ik spaarde geld op en stapte op de boot om bands in Liverpool te kunnen zien en er platen en kleren te kopen. In ’76 zag ik David Bowie en het was een openbaring. Echt getroffen was ik. Het was de Station to station-tournee. Ik was vijftien en keek m’n ogen uit, vooral ook door al die waanzinnige mensen om me heen. Ze zagen er uit als Bowie-fans die een atoomramp hadden overleefd! Ik begon vervolgens over hem te lezen, maar mijn aandacht werd al snel afgeleid door de Sex Pistols. Ongeveer negen maanden lang waren zij het beste wat er zich afspeelde op muziekgebied, daarna was het niet meer dan een oudbakken grap. Hetzelfde met The Clash; ik hield van hun eerste platen, later haatte ik ze. En nòg, The Clash is vreselijk. Ik luisterde naar de vroege Public Image Ltd., The Pop Group, Slits. Ik geloofde in de ware esthetiek van punk: ga op het podium staan, druk jezelf uit, het maakt geen moer uit wàt je doet.’

Er zit nog steeds veel Bowie in je act op het podium.

‘Het zal wel. Ik bedoel, ik denk er niet over na. Mijn karakter en persoonlijkheid verschillen heel erg van de zijne, ik zing over heel andere onderwerpen. Ik denk dat ik een emotioneler en agressiever performer ben. Ik denk in beelden, ben echt visueel ingesteld dus ik zag dat Bowie een geweldig performer was. Hij heeft me ongetwijfeld beïnvloed, maar niet meer dan T’Rex of Roxy Music.’

Drinkwedstrijden

Gavin Friday (echte naam: Fionán Hanvey) is een innemende man. Hij heeft iets vrouwelijks maar wekt tegelijkertijd de indruk van een men’s man; iemand die niets liever doet dan met zijn gabbers de kroeg induiken, daar drinkwedstrijden houdt en gore bakken vertelt. Een charmeur en een rebelse praatjesmaker ineen. Of, in zijn geval, Oscar Wilde en Jacques Brel ineen.

Next! Next! One day I’ll cut my legs off, I’ll burn myself alive, I’d do anything, just to keep out of line, just to stay out of line and never to be next! No, never to be next! No! Na! Na! Na! Next!
(uit: Au suivant van Jacques Brel, vertaling: Mort Shuman)

IMG_0023

Gavin Friday maakt duidelijk waarom Jacques Brel punk was ver voor die term werd uitgevonden. Ruim drie jaar geleden, niet lang na de release van zijn album Each Man Kills The Thing He Loves, gaf hij een optreden in de Amsterdamse Roxy. Het was de eerste keer sinds het uiteenvallen van zijn groep The Virgin Prunes dat Friday hier op een podium te zien was; een soort try-out aan de vooravond van een jaar lang extensief toeren. Het was een overweldigend optreden; een aaneenschakeling van chansons en straatdeunachtige evergreens, met Friday als ster op een kaal podium met een kamerorkestje. De meester zelf kreunde en steunde, lachte en weende en gaf met zijn warme stem alle vaart in de muziek die nodig was. Een groot podiumacteur, die zich van de meest cabareteske symboliek bediende om de sfeer te creëren van een café in het vooroorlogse Berlijn, of Parijs. Een oude houten kruk, een vaas met dorre, verwelkte bloemen. Obligate dramatiek, maar geen moment gezwollen. Jacques Brels Au Suivant (Next) was hier nóg opzwepender, nog harder, nog snerpender. Geen cover, maar door de vertolking (zonder wijziging in de tekst) eerder een actualisering. Drie keer kwam Friday terug, drie keer met andere arrangementen van zijn songs.
Begin dit jaar was er Adam ‘n’ Eve, een tweede solo-album waarop Friday zich van zijn meer ordinaire kant laat zien. De grote verschillen tussen Each Man en Adam ‘n’ Eve doen zich ook op het podium gelden: het kamerorkest heeft plaats gemaakt voor een heuse band, het materiaal doet aan als een amusante potpourri; als hij niet zo goed acteerde zou je zweren in een popconcert verzeild te zijn geraakt. De vaas met verwelkte bloemen is verruild voor een prachtig in bloei staand boeket. En toch is de intimiteit voor een groot deel gebleven. Gavin Friday is gewoon een stapje verder gegaan.
‘Ik heb mezelf met Adam ’n Eve uit willen dagen. Ik werd kotsmisselijk van het idee dat Gavin Friday een donkere, mysterieuze figuur was. Ik wilde het cliché, het imago doorbreken. Ik heb I Want To Live heel snel geschreven; het was somber en melodisch, met alleen begeleiding van piano en bas. Ik vond het te gemakkelijk, het lag te sterk in het verlengde van Each Man. Ik heb dat lied toen gelaten voor wat het was, schreef Melancholy Baby, dat ook prachtig somber was. Ik wilde er niet weer vanaf stappen dus heb ik dat nummer summier gelardeerd met een Beach Boys-achtige bullshit-sound. Het idee om een ordinaire popsong te maken was echt in zwang bij mij. Onder de oppervlakte is I Want To Live een zwaarmoedige ballade gebleven, maar het klinkt als pop. Ik heb veel geleerd van het maken van deze plaat. De volgende zal het effect zijn van dat leerproces. Misschien wordt hij geheel akoestisch.’

Je zelfvertrouwen is toegenomen.

‘Ik ben niet arrogant. Ik ben meer zelfverzekerd dan ik was, al heb ik een hekel aan die term. Ten tijde van Each Man was ik erg kwetsbaar, het is een erg emotionele plaat. Hij markeerde ook mijn terugkeer in de muziek, na jaren van afwezigheid. Dat betekende veel voor me. Op het podium probeerde ik mezelf te verliezen omdat het haast pijn deed om voor het eerst sinds The Virgin Prunes weer een podium te beklimmen. Ik voel me nu een stuk minder kwetsbaar op het podium. De muziek die ik schrijf documenteert altijd de fase die ik leef. Het is een gedeelte van mijn huid, het is niet: ik.’

Het gaat je nu een stuk beter.

‘Ja, hoewel ik een onheilspellende misselijkheid op voel komen. Ik walg van de wereld op het moment. Het wordt gevaarlijk. Ik ben een erg pessimistische optimist. Ik heb nu zes weken door Europa getoerd en ik ben niet blij met wat ik zie. De recessie, de werkloosheid en de opkomst van extreemrechts. Iedereen wordt bang omdat er geen geld en geen eten is, en tegelijkertijd denkt iedereen alleen aan zichzelf.’

Wat doe je eraan?

‘Ik weet het nog niet. Op het moment voel ik alleen dat onheilspellende.’

Gavin Friday, foto: Maarten Slagboom

Schizofreen

Ga je politieke songs schrijven, kunnen we een lied van je verwachten over, laten we zeggen, Zuid-Afrika?

‘Ik hou niet van wijzende vingers, alleen van die die naar jezelf wijzen. Als je de tekst van Falling Off The Edge Of The World leest… Een schizofreen. Dat ben ik, kijkend naar televisie. Zappend van kanaal naar kanaal: ik zie de walgelijke situatie van de rock ‘n’ roll op MTV, de ellende in Amerika. Politieker dan dat zal ik niet worden. Politiek in de zuivere zin van het woord verandert zo snel. Menselijke politiek daarentegen nooit. Een willekeurige bewoner van Zuid-Afrika is veel belangrijker dan het ANC.’

Een lied als ‘Next’ wijst ook met de vinger.

Next is het leven. Het wijst naar mensen die je vertellen wat je moet doen. Don’t push me! Het nummer The Big No! No! is Next deel twee.’

Het zijn de sleutelsongs van beide albums.

‘In zekere zin, ja. Dat ben ik spugend, trappend en scheldend. Ik wijs de vinger naar mensen die mij in een hoek drukken. Ik heb geen problemen met mensen die er onzinnige religieuze of politieke ideeën op na houden zolang ze zich niet in mijn leven dringen. Verdwijn uit mijn leven, oordeel niet.’

Heb je moeite in de omgang met mensen?

‘Nee. Ik ben een very charming fucker (lacht). Ik ga professioneel met mensen om. Dat betekent dat heel weinig mensen me echt kennen, en dat wil ik graag zo houden. Ik ben nogal gereserveerd.’

Mark E. Smith (bevriende zanger van The Fall, M.S.) citeert tegenwoordig Sartre in interviews: ‘De hel, dat zijn de anderen’.

Er zijn tijden waarin ik dat ook zou zeggen. Ik kan erg grof zijn tegen anderen. Als ik een klootzak ontmoet zeg ik graag: Rot op! Ik heb heel weinig vrienden. Ik tolereer slechts van een enkeling dat hij zich in mijn leven mengt. Ik leid een nogal simpel, redelijk teruggetrokken leven. Ik ben graag thuis; lezend, etend wat ik wil eten, pratend met wie ik wil zien. Ik heb een hekel aan clubs. Een enkele keer, als ik eenmaal goed dronken ben, wil ik me wel eens naar zo’n club begeven om te dansen, maar ik ontmoet keer op keer een hoop klootzakken. Dus drink en praat ik thuis.’

Heb je nog steeds de behoefte je te identificeren met schrijvers?

‘Ik identificeer me, zelfs nu nog, met Wilde, maar ik merk dat ik er, naarmate ik ouder word, steeds meer moeite mee krijg me te identificeren met iemand. Ik wil het graag maar er zijn weinig schrijvers die me inspireren. Ik sta geloof ik meer open voor schilders tegenwoordig. Het is een behoefte van me. Het vloeit logisch voort uit het feit dat goede kunstenaars je iets laten ervaren dat compleet nieuw voor je is. Dat is de communicatie. Jacques Brel still blows my brain. Hij is ongelooflijk op het podium. Het ene moment een beest, het andere een prachtige man. Ik ben echter niet geïnteresseerd in zijn visie, zijn levenshouding.’

Je kunt je niet vinden is zijn houding ten opzichte van vrouwen, bijvoorbeeld.

‘Die wijs ik helemaal af. Ik ben geen seksist. Hetzelfde met Brecht; ik hou van de wijze waarop hij schrijft, niet van zijn politieke ideeën. Zo ruw! Pablo Picasso was een geweldig schilder, maar ik gruw van zijn seksuele ideeën. Maar wat maakt het uit? Veel klootzakken zijn getalenteerd.’

Lipton Village

De leden van The Virgin Prunes, een wonderlijke, experimentele groep, werden eind jaren zeventig gerekruteerd uit de bedenkers van een fictief dorp in Noord-Dublin. The Lipton Village heette het. Een kinderwereld met eigen codes en gedragsnormen, waaruit ook de groep U2 is voortgekomen. De twee groepen sloegen elk een andere muzikale weg in, waarop The Virgin Prunes in de vorm van een sterk gezin de wereld te lijf wilde gaan. Gavin Friday in een interview in 1983: ‘Ik ben de moeder van het gezin, Dik is de grootvader, Guggi de oudere dochter, Mary en Strongman zijn de kinderen, Dave-Id is het zorgenkind dat speciale aandacht nodig heeft.’ Spectaculaire optredens met een travestie-act en een merkwaardig ritueel, The pig children, waarin Gavin en Guggi elkaar met drek en bloed besmeurden bezorgden de groep een cultstatus, met name in Frankrijk waar ze graag vergeleken werd met het werk van Georges Bataille. Latere optredens ontbeerden die act, maar gaven wel te kennen dat Gavin Friday inmiddels oog had gekregen voor de grandeur van vervlogen tijden: met The Virgin Prunes waagde hij zich aan Judy Garland, Billie Holliday en Jacques Brel. In gesprekken laat Friday niet na te beweren dat de groep nooit goed begrepen is. Begreep hij het zelf wel, in die tijd?
‘Nee! Ik was kwaad en gefrustreerd, ik barstte van de energie en ik vond dat de wereld dat nu maar eens moest weten. Een goede zaak, toch? Ik zal die periode nooit afwijzen, ik koester haar zelfs zeer. Ik wil niet terug, maar ik heb nergens spijt van. Het is van mij. Misschien betreur ik slechts een ding: ik had de boel iets eerder moeten beëindigen. Ik weet zeker dat mensen naar die muziek zullen blijven luisteren, maar het is te persoonlijk voor me om daar over uit te weiden, om het aan te moedigen bij jongere mensen. Acht, negen jaar lang was ik een Virgin Prune. Belangrijke jaren, omdat ze de overbrugging tussen m’n tienerjaren en m’n twenties vormden. Ik zing I’m no Prune op de nieuwe plaat maar dat heeft niets met een waardeoordeel te maken. Ik ben gewoon gegroeid, heb me ontwikkeld. Ik word moe van mensen die louter die periode als mijn biografie zien. I’m no Prune is ook bedoeld als parodie op twee mensen van de band, die een vervolg in gang hebben gezet, The Prunes. Daarbij is het mooi meegenomen dat het woord prune in Ierland een asshole, een lul betekent!’

Gavin Friday, foto: Maarten SlagboomMet het einde van de Virgin Prunes is voor jou ook het anarchistische element verdwenen.

‘Ik weet het niet. Ik had toen erg veel moeite mezelf in duidelijke woorden uit te drukken. Emoties en woede zijn moeilijk te vatten begrippen. Het lukt me nú wel. Na het uiteenvallen van de groep ben ik me gaan toeleggen op het schilderen en daarin vond ik een manier om mezelf te analyseren en om mezelf discipline bij te brengen. Niet discipline als orde, maar om tot ontdekkingen te komen. Ik kwam er achter dat de woede er nog steeds is, maar ik kan er nu op spugen als ik wil, ik kan het relativeren, zo je wil. Ik geloof niet dat je naar een Gavin Friday-concert kunt gaan en denken: ‘Hij is de gelukkigste man in de wereld’ of ‘Hij is de kwaadste’. De woede zit verpakt in humor, cynisme en ironie. Ik ben geneigd om in plaats van tegen de muur te schoppen, erop te gaan zitten en er overheen te klimmen. Ik zorg ervoor dat ik mezelf amuseer. Op het podium bouw ik op en breek ik af. Van een totale clown, tot een totale wellusteling tot een totale anti-Christ. Ik verander steeds, voor mezèlf. Als er mensen in het publiek zijn die dat bevalt, prima. Zo niet, ook prima.’

Schilder je nog?

‘Ja, maar ik heb al in tijden geen tentoonstelling gehad. Ik heb genoeg materiaal maar ik vind het pretentieus zolang ik er niet echt een jaar aan heb gewerkt. Ik schilder nog steeds over macho-gedrag en seksualiteit, op een humoristische manier. Het belang van seks voor mij als Ier is erg groot omdat seks in Ierland in wezen niet naar behoren bestaat. Seks en religie zullen mijn leven altijd blijven domineren, daar is niets aan te doen. Ik ben gekruisigd toen ik drie was! (lacht) Ik verander de intensiteit alleen zo nu en dan. Een gedeelte van mijn songs handelt over hetzelfde als mijn schilderijen. Adam ’n Eve is de zoektocht naar de vrouwelijke kant in mannen, en vice versa. Het gaat me vooral om de humor. Ik generaliseer nu een beetje, maar de wijze waarop mannen met seks omgaan is een grote grap. In Fun & Experience lach ik er expliciet om; dat lied is muzikaal gezien een samenraapsel van ultra-cliché’s. Ik probeer het te overdrijven, er de draak mee te steken. Mister Bollocks, het typetje in Rags To Riches, is de slonzige clown die ik in het leven heb geroepen om de man en zijn seksualiteit in het gezicht uit te lachen. Het is een geweldig ding dat je tussen je benen hebt hangen, maar als je het volgt ben je een klootzak. De schoften die naar het strand gaan om twee weken lang te neuken! Gebruik je hersenen en geniet er dàn van.’

Er zit geen Mister Bollocks in jou?

‘Dat geloof ik niet. Ik speel de rol. Ik portretteer mannen, van mijn oude docenten tot mijn vader tot de zuiplap die ik gisteren in de kroeg tegenkwam. Misschien zit er klein beetje bollocks in me, maar ik herken het.’

Maar: te laat.

‘Het wordt me meestal verteld door een vrouw (lacht). Dan is het inderdaad te laat, ja. Niemand is perfect.’

Peter Hammills laatste lp heeft vrijwel hetzelfde thema als Adam ’n Eve. ‘Where’s the bridge to take us across the sexual divide?’ vraagt hij zich af.

‘Ik ben niet erg bekend met zijn werk maar het valt me op dat, vooral hier in Nederland, veel mensen zijn naam noemen in vergelijking tot mijn werk. Anton Corbijn heeft het ook steeds over Peter Hammill. In Ierland wordt hij genegeerd heb ik het idee. Ik voel me eigenlijk verwant met mensen die net als ik het cabaret als referentiekader gebruiken, zoals Tom Waits, Nick Cave en Marc Almond. Ze volgen een zelfde spoor. Ze kijken verder dan 25 jaar rock ’n roll.
Als Marc Almond Brel zingt lijkt het op een homodisco-versie van wat ik doe, wat heel grappig is. Ik vind het goed dat zoiets, met zulke teksten, in de hitlijsten staat. Iedereen die danst op zo’n tekst! Ik denk niet dat veel mensen Brel begrijpen. Een erg intense man. De wereld wordt steeds gemakkelijker, niemand houdt meer van realisten.’

En jij ziet jezelf als realist?

‘Als realist èn als surrealist, ja. Maar ik begeef me niet boven de wolken.’

Teksten

‘Not for you! No! I won’t bend or change, the way I see the world according to me.’

(uit: The Big No! No!)

‘Ik schrijf erg veel op het moment, maar ik weet niet of het songs zullen worden. Teksten op zich worden steeds belangrijker voor me. Misschien is dat een van de redenen waarom ik me niet met rock ‘n’ roll inlaat. Ik hou van woorden en die zijn daarin niet zo van belang. Om van house nog maar te zwijgen, hoewel ik die muziek nog steeds een stuk gezonder vind dan die verdomde gitaarmuziek die je overal hoort. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: Nirvana is niet de Sex Pistols! Ik herken een goede groep, ik ben geen stomme ouwe hippie. Ik hou van P.J. Harvey, ze is jong en zit vol energie. Maar ik luister op het moment eigenlijk vooral naar Bulgaarse bruiloftmuziek.
Wat het schilderen betreft houd ik me tegenwoordig erg met religieuze zaken bezig. Het Ierse abortusvraagstuk houdt me in zijn greep. Ik heb een serie gemaakt, getiteld Je suis, grote portretten van een zwangere Maria. Je ziet de baby in haar buik die zegt: ‘Aborteer mij!’ Heel heavy, maar jij zou erover schríjven als je in Ierland woonde. Ik ben geen katholiek, ik geloof niet dat Jezus de zoon van God is, maar het katholicisme zit in mijn bloed, in mijn vocabulaire. Als je op je dertiende vragen gaat stellen bij wat je tot dan toe te horen hebt gekregen, doet het er al niet meer toe of je gelovig blijft. Je zit opgescheept met gewoonten, net zoals de meeste Nederlanders emotioneel en seksueel erg gereserveerd zijn. Adam ’n Eve is geen religieus album, maar ik gebruik katholieke beelden als metaforen. Het verhaal van Adam en Eva is het eerste verhaal dat ik ooit te horen kreeg. De ideale metafoor voor relaties. Elke relatie is aanvankelijk een fucking paradijs. Als de controle over de tuin verloren raakt begint het echte werk.’

Gavin Friday, foto: Maarten SlagboomIn je act op het podium zitten in plaats van metaforen veel vlakke sexuele toespelingen.
‘De teksten spreken voor zich, maar op het podium wil ik een song wórden. In songs als Saint Divine en Eden vind ik het heel belangrijk dat te visualiseren. Ik bevrijd me van mezelf door me in karakters te verliezen. Ik ben erg trots op de tekst van Eden. Het handelt over mijn eigen, erg mannelijke, seksualiteit – Adam, dus. Saint Divine is erg Eva.’

Kijk je veel naar video’s van oude musicals en optredens om dingen van op te steken?

‘Ik choreografeer niets. Af en toe kijk ik naar Edith Piaf of Charlie Chaplin. Ik leer omdat ik een snelle denker ben. Ik ga de videoband niet zitten terugspoelen om te kijken hoe het gedaan is! Ik repeteer niets, ieder optreden is een repetitie. Als er van de tien optredens vier geweldig zijn, twee vreselijk en vier redelijk ben ik gelukkig. Geloof me, perfectie is een ongelukje. Ik ben een zeer natuurlijk performer. Steeds meer, geloof ik. Ik zou graag als ik wat ouder ben een musical willen schrijven en er zelf in spelen.’

Er was sprake van een Edith Piaf-tribute.

‘Ja, maar dat wordt niet míjn plaat. Hal Willner gaat een Piaf-tribute maken, later dit jaar. Ik zing Lovers for a day en een duet-versie van Milord met Maria McKee. Zij zingt het refrein in ’t Frans, ik zing de coupletten in ’t Engels.’

‘Soms gooi ik mijn eigen glazen in. Ik praat mijn mond nogal snel voorbij, de spontaniteit is te groot. Interviews kunnen me zo nu en dan uitdagen of inspireren.’

Hoe valt dat te rijmen met die gereserveerdheid?

‘Ik ben eerlijk. Er zijn onderwerpen die ik ontwijk. Om eerlijk te zijn, ik vind de Duitse en Nederlandse journalisten fatsoenlijker dan de Engelse. Engelse journalisten zijn hoeren, ze vragen alleen naar seks, geld en mijn vriendschap met Bono van U2. Zeg je wat, dan wordt het uit de context gehaald.’

‘Ik ben erg moe. Ik vlieg vanavond terug naar Dublin, ga twee dagen rusten en heb nog geen idee wat ik daarna ga doen. Ik weet niet precies wanneer ik weer in Nederland speel, ik kom net terug uit Milaan en Barcelona… Ik weet eigenlijk helemaal niet wat er allemaal met me gebeurt. Maar begrijp me goed, ik hou daarvan. In periodes. Dit jaar blijf ik toeren en promotie doen voor deze plaat, maar ik weet nu al zeker dat ik aan het eind van het jaar zeg: Ho, stop!
Het lijkt me geweldig om het idee van The Blue Jay-sus eens weer op te pikken. Dat was een vrijdagavond-cabaret in Dublin waar ik me voor het eerst bezig hield met chansons en Brecht/Weill-liederen. Het was er klein en hectisch, er werd veel gedronken – ik herinner me vooral momenten waarop ik van het podium viel. Maar intussen geloofde ik, dóór The Blue Jay-sus, dat ik weer wat in de muziek kon doen. Ik genoot er voor het eerst weer van. Ik zal erg zenuwachtig zijn als ik zoiets eens weer zal openen. Ik moet er een plek voor vinden waar niemand me kent. Het kan niet in Dublin, niet hier in Nederland, het zou veel te sjiek, te hip worden. Ik denk dat ik eens rond ga kijken in Texas.’

Het Gebeuren, 20 mei 1992