Bespreking op De Leestafel

Iedereen die iets meer dan een bovengemiddelde liefde voor films, boeken of muziek heeft zal het herkennen… grote beslissingen die je neemt op basis van een songregel, het boek dat je voor de duizendste keer openslaat, ook al ken je sommige passages bijna uit je hoofd, de filmpersonages die je worstelingen weerspiegelen, als ware het die van jezelf.

Maarten Slagboom schreef er deze bundel stukken over, een hartstochtelijke ode aan de haast alledaagse kunst van muziek, film en boeken. Een persoonlijke serie verhalen over boeken, muziek en films waaraan hij zich schatplichtig voelt en verschil hebben gemaakt in zijn leven. Nooit een therapeut bezocht, nooit een zelfhulpboek opengeslagen, maar wel romanpersonages die een leven lang met hem mee gingen, wel films over mensen die net als hij, groots en meeslepend wilden leven maar soms verstrikt raakten in het echte leven.

Boeken en films die onrustig maken, of juist rustig, die confronteren met de grote levensvragen, of troosten. Een boek (en film) als Revolutionary Road van Richard Yates bijvoorbeeld, waarin de karakters worstelen met frustraties, verlangens en teleurstellingen. Waar hun eenzaamheid zo genadeloos dichtbij komt dat je er niet aan ontkomt hun tekortkomingen op jezelf te betrekken. Of een boek als Light Years van James Salter, over personages in hun ‘midlife’, die worstelen met zingeving, om te lezen ter troost en overpeinzing als het leven versnelt en je ouder wordt.

widHet is literatuur die niet alleen blootlegt en verwoordt, maar bezweert. Mogelijkheden toont om de blik te vernieuwen. Om het tempo te vertragen moet de lezer zich, dat lijken al die personages duidelijk te willen maken, op de eerste plaats overgeven aan die kanteling van perspectief. En misschien, wie zal het zeggen, wat meer reizen. Dat dikt het leven een beetje in, het heeft diezelfde condenserende werking als goede literatuur.

Het meest ontroeren de verhalen over zijn dementerende moeder, zoals in het openingshoofdstuk waarin hij vertelt over hoe alles in haar hoofd vervaagt maar de Spaanse klanken van Juan Pardo haar terug brengen tot in het moment van toen, toen het leven nog mooi was. Hoe die muziek haar verlost uit het leven van nu, waarin ze meestal vooral het liefst dood wil. Muziek blijkt sterker dan de Alzheimer die gaten in haar hoofd slaat, maar die God zij dank al die mooie liedjes ontziet. Ook een film als 45 years  helpt om haar situatie in net een ander perspectief te zien.

Misschien is dit het waardoor de film mij zo raakte. Mijn moeder verliest het vermogen om nog te reflecteren op nieuwe informatie, om zich grote levensvragen te stellen. Geen gebeurtenis lijkt het leven dat achter haar ligt nog in een ander perspectief te kunnen zetten. In haar hoofd lopen heden en verleden steeds meer door elkaar heen, het narratief verdikt en er spant zich een net om de verzamelde herinneringen dat geen nieuwe meer toelaat. De jurk die ze had aangeschaft voor de viering van de 50e huwelijksdag hangt ongedragen in de kast, het feest werd op het laatste moment afgelast. Er is maar één troost. Geen gebeurtenis kan nog onbarmhartig de belichting bijstellen. Niemand kan meer aan de knoppen draaien, niets kan het verhaal nog bezoedelen.

Ook in zijn eigen leven blijkt muziek een bron van plezier, inspiratie en troost. Juist muziek gaat letterlijk een leven lang mee, in één liedje ligt soms een wereld van lief en leed besloten. Zijn muzikale liefde strekt zich uit van de new wave waar het allemaal mee begon, van David Sylvian, in wiens muziek hij zich jarenlang onderdompelde omdat alles wat hij schreef over hem leek te gaan, tot zijn liefde voor oude soul nu, vooral van vrouwen. Want oude soul, zo leer ik van hem en zijn dochter, moet vooral door vrouwen gezongen worden. Het zijn zelden de zangers die hem kunnen beroeren, maar altijd de vrouwen, vaak de achtergrondzangeressen, zodat hij en zijn dochter deze muziek doorgaans gekscherend de ‘Kan die man niet weg?’-muziek noemen.

Een prachtig hoofdstuk beschrijft de rol van de rivier in de muziek, als troostrijke allesomvattende metafoor voor donkere dagen, zoals in de muziek van Bill Callahan. In het hoofdstuk wordt de Poolse dichter Czeslaw Milosz geciteerd: ‘Wanneer het pijn doet gaan we terug naar zekere rivieren’. Dat werkt vaak letterlijk zo, weinig zo troostend als naast een stromende rivier staan, maar ook in de rivier als metafoor in muziek  zoals bij Callahan maar bv ook bij Joni Mitchell en Bruce Springsteen valt veel troost te halen.

De titel van het boek Motown op legerkistjes verwijst naar zijn twee grote liefdes in de muziek, de Motown en de punk. Over hoe wij vaak schotten zetten tussen genres, bedenken welke regels daaraan verbonden zijn, en wat je wel en niet mooi mag vinden. Maar vooral over hoe gróót de wereld wordt als je ontdekt dat het een het ander niet uit hoeft te sluiten. Dat het niet gaat om in welk hokje iets hoort, maar of het je raakt en of je er troost uit kunt putten, of plezier.

Het boek gaat dan ook niet over smaak, voor iedereen zal het lijstje boeken, film en muziek anders zijn, het gaat wel over de kracht van de alledaagse kunst en wat een verschil die kan maken in het leven van alledag. Wat niet wegneemt dat dit boek enorm nieuwsgierig makend is en er na afloop een hele lijst met aantekeningen naast me lag met films, boeken en muziek waar ik nu eindelijk écht eens achteraan moet. Een index  achterin het boek was wat dat ook wat mij betreft een aanrader geweest. Maar gelukkig staat er op Spotify een playlist met een groot deel van de muziek naar waar verwezen werd, en dat maakt veel goed.Een aanrader dit boek!

Maarten Slagboom is journalist en als eindredacteur en researcher verbonden aan de VPRO. Hij  maakte onder meer de programma’s  Made in Europe, Robo Sapiens en de Hokjesman. Eerder publiceerde hij het boek Echo en richtte hij online magazine Schift op.

Willeke van der Vlist, 13 mei 2018

 

Bespreking van NBD Biblion

De auteur (1970) is journalist en eindredacteur/researcher bij de VPRO en werkte eerder onder andere bij Radio 1. Zo kwam hij nog eens ergens, blijkt uit dit boek. Dat bevat essayistische verhalen, gemengd met eigen ervaringen, indrukken en herinneringen. Onderwerpen zijn met name muziek, film en literatuur, maar bijvoorbeeld ook het vorderen van de leeftijd en de werking van het geheugen. Geregeld duikt de opgroeiende dochter van de schrijver op, evenals zijn ontroerend neergezette demente moeder. De bundel omvat tevens interviews, zoals met Lousje, de vrouw van J.J. Voskuil, en ontmoetingen, zoals, samen met Hanneke Groenteman, met Gerard Reve aan het eind van diens leven. Eenvoudige stof is het niet en soms misschien een uitdaging als je niet bekend bent met de zanger, de muziekband, de auteur of het genre waarover het verhaal gaat. Maar ook dan zijn de bijdragen boeiend en nieuwsgierigmakend. Dat komt door de fijne schrijfstijl en het feit dat de auteur oprecht weet te genieten van kunst. Een boeiende, persoonlijke bundel die een ode aan de kunst brengt.

Mirjam Scholten, april 2018

 

Dankzij Reve met het leven verzoend – artikel in AD

‘Liedjes, films en boeken die met mij meereizen’. Daarover schrijft Maarten Slagboom. In zijn bundel Motown op Legerkistjes schrijft hij over kunstuitingen die van groot belang zijn in zijn leven, waar hij ook gaat of staat. Films die altijd in zijn gedachten blijven, boeken waar hij steeds weer naar grijpt en liedjes die door zijn hoofd blijven spelen.

Maarten Slagboom, Motown op LegerkistjesIn elk hoofdstuk gaat Slagboom (47) op onderzoek; uit eigen beweging of voor de VPRO. Als redacteur van programma’s voor deze omroep komt hij op allerlei plekken van de wereld. De reizen lijken hem vooral naar artiesten te brengen die allerminst doorsnee zijn. Neem Googoosh, een razend populaire Perzische zangeres die sinds de komst van de ayatollahs niet meer in eigen land mag optreden. Na twintig jaar stilte week ze uit naar Los Angeles, waar ze optreedt voor Iraanse emigranten. Of neem Jo ‘Joshie’ Armstead, een soulzangeres, -producer en -songwriter die onder eigen naam weinig bekendheid geniet, maar wel evergreens schreef zoals I Don’t Need No Doctor en Let’s Go Get Stoned. Om nog maar te zwijgen van de vele songs die ze zelf op de plaat zette. Als dan met Gerard Reve een bekendere naam voorbijkomt, is Slagbooms verslag toch bijzonder; hij beschrijft immers het laatste tv-interview van de schrijver, kort voordat de dementie verdere communicatie onmogelijk maakte. Slagboom vertelt wat er moest gebeuren om dit gesprek mogelijk te maken voor het programma De Plantage. Allereerst het maken van een afspraak, die maar het beste in Reves woning in Machelen (België) kon plaatsvinden. Elke journalist werd dan geconfronteerd met Reves partner Joop Schafthuizen, die gewoonlijk ‘als een ophaalbrug’ de weg versperde. Toen die barricade was genomen –presentator Hanneke Groenteman bleek om onnaspeurbare redenen ‘goed te liggen bij Joop’ – was er natuurlijk nog de dementie van de bejaarde schrijver zelf. Hoe kom je tot een zinvolle gedachtewisseling met iemand die lijdt aan ‘de venijnigste van alle sluipmoordenaars?’. Slagboom schrijft: ‘Het contact met Reve gedurende de dag was waterig. Soms dacht ik even echt tot hem door te dringen, maar het verdampte. Terwijl hij aan zijn sigaret trok, keek hij me aan met ogen die fletser waren dan ik ze kende van foto’s en optredens. Dan weer glimlachte hij ineens, zonder noemenswaardige aanleiding.’ Reve raakte uiteindelijk in een uitstekend humeur, aldoor zijn vertrouwde oneliners debiterend zoals ‘ik ben het in grote lijnen eens met God’. Bij het afscheid aan het eind van de dag leek er maar geen einde te komen ‘aan de amusante verhalenstroom op de drempel van de voordeur’

‘Toen we uiteindelijk wegreden in ons busje […] zagen we in de achteruitkijkspiegel een zwaaiend paar dat tot elkaar veroordeeld was. Precies achter hen, in de tuin, stond een slecht onderhouden rozenboog, als een halo die niet meer in staat was veel goeds aan te kondigen.’

Een belangrijke ontmoeting, ook omdat Reve tot zijn helden behoort. ‘Ik ben een Reviaan. Ik bewonder het zoals hij heel zorgvuldig de juiste woorden vindt voor zijn vaste thema: de wurggreep van de eenzaamheid en het verlangen om daaraan te ontsnappen. Het is literatuur waaraan je je kunt spiegelen, die helpt om je te verzoenen met je situatie.’

Slagboom benadrukt dat Motown op Legerkistjes veel over hemzelf vertelt. Neem alleen al de titel: als tiener liep hij op ‘legerkistjes’, het verplichte schoeisel van punkers. Hij ontdekte echter de Motownsoul – taboe in punkkringen – en zo ging er een wereld voor hem open. ‘De titel staat voor het ontdekken van de vrijheid.’ Kunst heeft voor hem een heilzame werking. ‘Je kunt bijvoorbeeld je midlifecrisis bezweren door de juiste boeken te lezen. Ik ben nu op een leeftijd waarop de meeste kansen àchter mij liggen. De Amerikaanse auteur James Salter schreef in zijn bekendste boek, de roman Lichtjaren, over dat kantelpunt. Salter leert mij: signaleer de mooie dingen en geniet ervan. Dat klinkt clichématig, maar is erg waar. Door zulke lessen ga ik anders naar het leven kijken. Ik heb oog voor zaken die ik vroeger nauwelijks opmerkte, zoals hoe het zonlicht hier nu op deze cafétafel valt.’ Dankzij literatuur, muziek en film weet Slagboom zich overeind te houden. ‘Ik heb nog nooit een therapeut of een zelfhulpboek nodig gehad.’

Jeroen de Valk, 10 april 2018