Welke muziek klonk deze en vorige week in Villa VPRO?

Tabaco y Ron – Rodolfo y Su Típica Ra7
Van de nieuwe compilatie-cd Afro Sound of Colombia, weer zo’n parel op het Spaanse Vampi, komt dit Tabaco y Ron, een oorspronkelijk Venezolaans liedje, door velen opgenomen, maar hier in de definitieve versie, van Rodolfo Aicardi (echte naam: Marco Tuilo Aicardi Rivera, overleden in 2007). Alle hier gepresenteerde muziek verscheen in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig in Colombia op het Discos Fuentos-label, dat zich had toegelegd op de Afro-Latin-cocktail van salsa, boogaloo, afrobeat en cumbia. Een glansrol was weggelegd voor de salsa van beroepsprovocateur Fruko en zijn begeleidingsgroep Sus Tesos. De tracks zijn volgens de samensteller DJ Bongohead gekozen omdat ze ‘fun, funky, unexpected, crazy and hot’ zijn, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat dat voor de volledige archieven geldt. Fijn dus dat er in kleine letters ‘volume 1′ onder staat.
Zie en hoor Rodolfo Aicardi (op latere leeftijd) en Tabaco Y Ron hier.
Surprise hotel – Fool’s Gold
Nog meer Afrobeat die niet uit Afrika komt. Je zou het op het eerste gehoor niet zeggen, maar deze muziek komt uit Los Angeles. Lewis Pesacov kon zijn obsessie met Afrikaanse muziek maar mondjesmaat kwijt in zijn band Foreign Born en zag zich genoodzaakt om – samen met de van oorsprong Israëlische Luke Top – de groep Fool’s Gold op te richten. Op de titelloze debuutplaat experimenteren ze er lustig op los met Afrikaanse klanken en ritmes. ‘An Afrobeat Talking Heads’, schreef de criticus van The Guardian over deze groep, waarin ook leden van We Are Scientists en The Fall zijn opgenomen. Luke Top zingt voornamelijk in het Hebreeuws, zoals ook in deze aanstekelijke opener van de plaat, Surprise hotel.
Zie en hoor hier.
How come that blood – Sam Amidon
Twee jaar geleden hoorde ik voor het eerst van folkzanger Sam Amidon door zijn bijdrage aan de cd Mothertongue van de Newyorkse componist en arrangeur Nico Muhly. Het drieluik waarmee die cd besluit wordt gezongen door Amidon. Iedere keer dat hij zijn tekstregel in The only tune opnieuw zingt wordt de regel langer, wat de muziek iets meditatiefs geeft, en herinneringen oproept aan Gavin Bryars’ Jesus blood never failed me yet. Intussen hebben beide muzikanten (die samen ook deel uitmaken van de zogenaamde Bedroom Community, een gezelschap dat nogal artistiekerige, maar wel interessante muziek opneemt in een Ijslandse studio) op eigen kracht naam gemaakt. Muhly vooral als arrangeur, op platen van bijvoorbeeld Antony & The Johnsons en Sigur Rós-zanger Jónsi. Amidon met een reeks platen vol eigenzinnige versies van traditionals. De 29-jarige Amidon (oorspronkelijk uit Vermont) zingt ze eigenlijk behoorlijk monotoon, maar weet steeds een subtiele spanning te creeëren met behulp van strijkers en verstoorde elektronica. Op z’n nieuwe cd I see the sign – opnieuw een verzameling traditionals, aangevuld met een nummer van R. Kelly – wordt hij onder anderen bijgestaan door de Britse zangeres Beth Orton, met wie hij eerder ook al een duet-versie opnam van Big Stars klassieker Thirteen. Het nummer dat we draaien is de opener van de plaat, een echte murder ballad waarin een man z’n broer vermoordt, de misdaad opbiecht aan z’n moeder en vervolgens het land onvlucht. How come that blood.
Zie en hoor hier.
Hoewel – zowel audio als visueel – van aanzienlijk magerder kwaliteit, maar toch: zie en hoor ook Sam Amidon en Nico Muhly die How come that blood spelen in de Londense Union Chapel, januari jl. hier.
You’ve been warned – Dirty Sweet
De southern blues rockers van Dirty Sweet uit San Diego maakten drie jaar geleden naam met het debuut Of monarchs and beggars, stonden in de tussentijd al in een uitverkocht Paradiso, en brengen nu hun tweede in omloop, American Spiritual. Soms neigt de muziek van het langharige viertal te veel naar volvette rock die niet zou misstaan op Arrow Classic Radio, maar tegen zoiets als deze aanstekelijke single is geen weerstand te bieden.
Zie en hoor Dirty Sweet en (de clip bij) You’ve been warned hier.
Vaporize – Broken Bells
Toegankelijke, aangename popplaat van een duo waarvan de leden hun sporen al ruimschoots hebben verdiend. De ene helft van Broken Bells bestaat uit Danger Mouse, sterproducer, helft van het duo Gnarls Barkley dat tekende voor dé zomerhit van 2006 (Crazy), en niet te vergeten de man achter The Grey Album, het project dat bestond uit een totale mash up van The White Album van The Beatles en The Black Album van Jay-Z. De andere helft van Broken Bells is James Mercer, in het dagelijks leven zanger van de gitaargroep The Shins. Werkt heel erg goed, deze combinatie.
Hoor hier.
Tighten up – The Black Keys
Dezelfde Danger Mouse is als producer ook verantwoordelijk voor het geluid van de nieuwe (zesde alweer) van The Black Keys, het bluesrock-duo dat hier minder vuig klinkt dan voorheen. De single heet Tighten up, de cd Brothers verschijnt komende week. 28 juni in Paradiso, Amsterdam.
Hoor hier.
Wire wire – Jen Olive
Van het bijzondere officiële debuut Warm robot van Jen Olive, gecontracteerd door XTC’s Andy Partridge die haar ‘this astounding allegro algorhythm from Albuquerque’ noemt. Folk-knutsel-pop, maar toch gloedvol. Olive is de dochter van een jazz-zangeres en een trombonist, en het nichtje van de leading saxofonist in het orkest van Count Basie.
Hoor (en zie) ook de track Querquehouse hier.
Belly of June – Horse Feathers
Track van de nieuwe, derde cd Thistled spring van de folkgroep Horse Feathers uit Portland, het geesteskind van Justin Ringle en Peter Broderick. Multi-instrumentalist Broderick heeft de band inmiddels verlaten, maar het weelderige geluid is daarmee niet wezenlijk veranderd. Het aantal in het oog springende (folk-)acts uit Portland in Oregon is trouwens inmiddels bijna niet meer te tellen… wat een rijkdom daar.
Zie en hoor Horse Feathers en Belly of June hier.
Demon kitty rag – Katzenjammer
Noorse damesfolkgroep, ontstaan op de Popacademie in Oslo. Mag in de Gouden Gids onder de rubriek ‘Geschikt voor bruiloften en partijen’ en het mooie is: dat wordt nog een leuk feestje ook. De vrouwen, niet zelden gehuld in dirndljurkjes, maken er een sport van op het podium zo vaak mogelijk te wisselen van instrument. De naam Katzenjammer staat zowel voor ‘tumult’ als voor ‘kater’ (in de zin van: the morning after), de muziek is een potpourri van folk, bluegrass, Balkan-muziek en klassiek. Demon kitty rag staat nu als extra track op de cd-single Tea with cinnamon (ter promotie van een nieuwe versie van hun cd Le Pop), maar verscheen vorig jaar ook al zelfstandig als single.
Zie en hoor Katzenjammer en Demon kitty rag in de radio-studio van Giel Beelen hier.